Hoofdsponsor
Hengelsport Peter de Kock
Sponsoren
Samosport
Fishing4U
Zeebaarsshop
Snoekshop
Lunkercity.nl
Q-Baits
Fotowedstrijd
Baars Boven Baars
Twitter
Baarsvissen.nl Twitter

Laatste verhalen

13 juli 2010 | Topdrukte! 26 juni 2010 | Doorstart 24 juni 2010 | Late uurtjes
Startpagina instellen
Toevoegen aan favorieten
Fotowedstrijd
Baarsvissen.nl | de enige echt baarspagina van het land

11 maart 2006

Baarskoorts (I)

Tjongejonge wat zijn de baarsvangsten de afgelopen tijd ontzettend magertjes. Hoe goed we het ook voor jullie proberen. We kunnen ze de laatste tijd gewoon niet goed aan de schubben komen. Daarom besloten Bard en ik om dit seizoen nog één verwoede poging te doen om te slagen in een zoektocht naar “onze” vis. Noord-Holland is dit weekend ons jachtterrein, met mijn thuisplaats al uitvalsbasis. We hebben de laatste tijd een beetje het gevoel gehad dat we door onze groene gestekelde vrienden werden uitgelachen onder water. Deze dagen echter stond de zinspreuk “Wie het laatst lacht, lacht het best!” centraal.

Dit weekend wordt de tweede keer dat Bard mij een bezoek zal brengen. De eerste keer stonden de poldersnoeken centraal, ditmaal gaan we gericht op zoek naar stekelridders bij mij in de buurt. Hierbij richten wij ons op de jachthavens. Dit zijn bij uitstek dé stekken waar baarzen zich in de winter vaak in grote getallen ophouden. ‘s winters is de vis vinden over het algemeen de grootste opgave. Indien de vis gevonden is kunnen er zeer spannende en ontzettende productieve uurtjes losbarsten.


Jachthavens: dé stek voor de winter

De motivatie zou dit weekend in ieder geval geen probleem opleveren. We hadden er weken van tevoren al enorm veel zin in. Dit gevoel werd enorm versterkt toen we elkaar de avond van tevoren toevallig tegenkwamen in een danscafé in Wageningen. Heerlijk om even van tevoren een biertje te delen met een goede maat. Vol motivatie en vriendschap schudden wij aan de bar elkaar de hand. “Dit gaat een topweekend worden!”
Wonder boven wonder verliep de reis de volgende dag voorspoedig. Alleen het weer viel erg tegen. Grote hoeveelheden regen en windvlagen zorgden niet bepaald voor een zorgeloos gevoel bij de twee doorweekte baarsvissers. Volgens de voorspellingen zou het morgen en zondag beter weer worden. ‘Laten we daar dan maar op hopen!'
De eerste visdag staan we niet zo enorm vroeg op. We nemen 's ochtends goed de tijd om wakker te worden en om uitgebreid te ontbijten. Na een formidabel ontbijt waar geen einde aan lijkt te komen en de nodige sociale communicatie, hijsen we ons in onze windvaste en warme kleding. Dit is absoluut een noodzaak vanwege de harde wind en de toch zeer winterse temperaturen die we vandaag voor onze kiezen zullen krijgen. We denken genoeg tijd te hebben, maar na ons ontbijt moeten we ons toch nog te voet naar de trein haasten. Wonder boven wonder halen we de trein ook nog. Dit geluk wordt vrij snel teniet gedaan doordat de NS weer eens faalt om op schema te rijden. Hierdoor missen we de aansluiting op onze bus en verliezen we een compleet uur op onze eerste visdag. Nog vóórdat we überhaupt gevist hebben! We besluiten deze verloren tijd te gebruiken door de stad, waar we gestrand zijn, eens goed te verkennen en om alvast wat drinken te kopen voor de rest van de dag. Als we wat veelbelovende kadewandjes en boten tegenkomen kunnen we het niet laten om even een aasje te laten zakken. Ik weet hier na wat gemodder bij een diep kadetje het eerste visje van het weekend te strikken.


De kop is er in ieder geval af!

Als het visje het water weer raakt is het alweer tijd om terug te keren naar het busstation. De opluchting is groot dat we deze keer de bus wél halen. Na een ritje dumpt de bus ons recht voor onze eerste stek. Op het moment dat we de bus uitstappen worden we bijna gevloerd door de wind. We hebben moeite om onze petten op ons hoofd te houden terwijl we door de wind richting onze eerste stek ploeteren.
De eerste jachthaven van vandaag is een kleintje. Futen op het water wijzen op de aanwezigheid van vis. De bevroren planken van de steiger kraken onder onze voeten. We beginnen het water gestructureerd uit te kammen. Ieder stuk water wordt maar één keer beroerd. Bard is aan het smijten met een klein Mister Twister shadje, ik heb een grote rode twister in mijn wartel hangen. We proberen vandaag zo snel mogelijk het water af te vissen. Aangezien de vissen nu geconcentreerd op één plek horen te liggen heeft het geen zin om te blijven vissen in een stuk water waar aanbeten uitblijven.
Na een kwartiertje een tik bij Bard op zijn shadje. “Ja, vis!” schreeuwt mijn maat mijn kant op. Helaas voor ons blijken de tikjes die we nu op onze shadjes voelen afkomstig te zijn van een school witvis. In principe zou baars niet ver weg moeten zijn. Helaas voor ons hebben de baarzen onze theorie echter niet gelezen en blijven de aanbeten uit. Na een vruchteloos half uurtje trekken we de conclusie dat de vis hier niet ligt en trekken we verder naar onze hoofdstek van vandaag.
Deze tweede jachthaven is een stuk groter dan de eerste kandidaat en er zijn veel meer boten te vinden. In plaats van deze stek werpend af te vissen, zullen we hier overstappen op het verticalen. Zoals de meeste grote jachthavens is ook deze ‘verboden terrein voor onbevoegden' en om het sfeertje nog mooier te maken is het er ook nog eens ten strengste verboden om te vissen. Lekker begin is dat! Het voelt op één of andere manier niet goed als je staat te vissen op een plek waarvan je weet dat je er eigenlijk niet mag komen. Vooral als het zo goed staat aangegeven als hier. Indien je op je eigenwijze gedrag aangesproken wordt heb je natuurlijk geen poot om op te staan.
Bard, brutaal als hij is, besluit dat we net moeten doen alsof we dom zijn en gewoon moeten doorlopen. Ik zelf heb hier erg veel moeite mee, omdat ik met dat stemmetje in mijn achterhoofd gewoon niet lekker kan vissen. Uiteindelijk weet Bard mij over te halen en we besluiten de regels links te laten liggen.
We lopen als twee gedetineerden de steiger zo ver mogelijk uit het zicht op en slaan tussen een paar grote boten af. In ons veilige stulpje is het Bard die als eerste zijn rubber over de bodem laat dansen. Ik heb mijn hengel nog niet eens paraat als Bard het al voorzichtig uitroept. “Ja hoor! Hier liggen ze!” Bard staat met een dikke grijns zijn eerste vis te drillen. Nadat hij zijn vis onthaakt heeft volgt meteen een tweede. Als ik een paar seconden later ook met een kromme hengel sta, kijken we elkaar met een grijns van oor tot oor aan. “We hebben ze!” De ene na de andere aanbeet volgt en wij zijn in de zevende hemel. “Godallemachtig, dit is niet te geloven!”


Forse bakken van vissen!


Onwaarschijnlijk veel aanbeten.

Een voor één vallen de groene rovers voor ons rubber. Het zijn allemaal nog moddervette varkens ook. Het enige wat opvalt, is dat ik ongeveer maar één van de vijf aanbeten kan verzilveren. Dit zorgt bij mij voor de nodige irritatie. De baarzen vallen vol overgave mijn twister aan, maar ondanks het staartdregje blijft bijna niets hangen. Ik besluit een klein US Bait & Tackle shadje in te zetten. Ook dit stukje rubber wordt door talloze open bekken ontvangen onder water. De baarzen lijken alleen het bewegende staartje te pakken. Té veel vissen los ik omdat ik niet eens de kans krijg ze fatsoenlijk te haken!
Bard daarentegen weet een stuk meer vissen te strikken. Hij is aan de andere kant van de steiger onder een boot aan het rommelen en staat geregeld met een kromme hengel. We beginnen ons te beseffen dat de aanbeten geen toevalstreffers zijn. Vol ongeloof realiseren wij ons dat deze hele jachthaven nog wel eens bezaaid kan liggen met deze forse vissen. Het is gewoon onrealistisch hoeveel aanbeten we per minuut krijgen. Na een uurtje staat Bard zijn tellertje al dik in de twintig, terwijl ik nog ergens tien baarzen achter hem aan bungel. Dit is geheel te wijden aan de missers die ik krijg. Ik blijf vis missen en raak redelijk gefrustreerd.


Bard deed waar hij goed in is.

“Ja hoor!! Veertiger!!” Galmt het ineens over de steiger. Ik leg mijn spullen neer en snel mij naar Bard die met een gevaarlijk kromme hengel en glunderende oogjes een megavis staat te drillen. Als de baars enigszins is uitgedrild twijfel ik geen moment en ik graai met mijn handschoenen nog aan de vis uit het water. Wat een monster! Zelden hebben we zo'n brede en hoge baars gezien. We schatten hem op ruim veertig. Toch valt de vis kleiner uit: 38 centimeter . Maar dan wel twee keer zo zwaar als een normale baars van die lengte.


Zelden zo'n pitbull gezien!

Na een uitgebreide fotoreeks keert deze pracht weer terug naar zijn domein. Daar sta ik dan met mijn doorweekte handschoenen. Met deze wind voel ik mijn handen in ijsklonten veranderen en moet ik de natte dingen wel uittrekken. Ik feliciteer Bard met zijn vangst en richt me weer op mijn eigen gestuntel. Binnen een paar minuten is er dan eindelijk mijn moment. Een keiharde ram op mijn hengel en aanhoudend gewicht. “Ja hoor. Dit is hem dan!” Ik pomp de vis hoopvol omhoog en zie de enorme flank van de veertiger. Plotseling schiet mijn aasje uit het water en verdwijnt de vis weer in de diepte. Het staartje van het shadje hangt er als bewijsmateriaal half afgescheurd bij. Dit is de druppel! Ik voel een enorme woede in me opkomen en kijk achterom. Bard staat nog steeds vrolijk vis te takelen.
“Het is toch absolute waanzin!” denk ik bij mezelf. Hier sta ik dan. Eindelijk hebben we de vis gevonden en dan begin ik nog geïrriteerd te worden ook? Ik besluit dat ik niet meer in Bard zijn kielzog kan blijven hangen en dat ik me vanaf nu alleen nog maar op mijn eigen tactiek moet concentreren. Ik hang een kleine twister in mijn wartel en probeer het gewoon opnieuw. Deze methode werkt een stuk beter en ineens sta ik ook goed te vangen.


Eindelijk kreeg ik weer greep op de vis.

Om de zoveel tijd besluit moeder natuur om ons het even goed lastig te maken door een compleet arsenaal aan winterse buien op ons af te vuren. Dit, samen met de sterke wind en de lage temperatuur, zorgt ervoor dat het toch wel afzien is. Maar dit is niet de enige reden dat Bard en ik met rode oortjes rondlopen. Waar we het ook proberen en waarmee we ook vissen, de baarzen zijn helemaal los en grijpen alles wat los en vast zit. Het is leuk om te zien hoe wij ons aanpassen aan onze nieuwe habitat waar we eigenlijk niet gewenst zijn. Toen we hier net aankwamen probeerden wij zo min mogelijk geluid te produceren, en liepen we continu gebukt tussen de boten door. Nu echter donderen de kreten: ‘Ja!', ‘Shit!', ‘Yes!' en ‘Hangen!' geregeld over de steiger. Onze tassen liggen slordig in het looppad en we marcheren vrolijk tussen de boten door. Ik realiseer me dat we nu misschien iets té veel aandacht trekken. Als er iets is wat we op zo'n superstek niet kunnen gebruiken is het wel een verbod op de steiger. Daarom kalmeren we weer en leggen onze tassen weer netjes op een plek waar ze géén onnodige aandacht trekken.
We zijn nog maar een kleine drie uur aan het vissen en Bard zit al over de vijftig vissen. “Misschien haal ik de honderd wel!” Beweert Bard hoofdschuddend van ongeloof. Terwijl we voor de zoveelste keer een dubbelvangst binnenhalen.


Meer regel dan uitzondering

Niet alleen de vangsten zijn ongewoon hoog. Ook de hoeveelheid kunstaas dat tussen de ruwe bekken van de vissen aan stukken gescheurd wordt is ongelofelijk. Een stukje kunstaas mag van geluk spreken als het een kwartiertje overleeft in dit geweld. Het is wel de ideale gelegenheid om eens wat andere aasjes dan normaal te gebruiken. Dingen waar ik nog nooit wat aan gevangen heb worden met net zoveel enthousiasme ontvangen als wat dan ook.


Als het maar bewoog werd het keihard afgemaakt!

Ook de grootte van de vissen ligt redelijk hoog. Lage twintigers worden nauwelijks gevangen. Het zijn bijna alleen maar vissen tussen de 25 en 32 centimeter met de onvermijdelijke uitschieters naar beneden, en de nodige uitschieters naar boven. De vissen zijn ook allemaal moddervet. En hoewel de vissen in goede conditie verkeren is het drillen niet bepaald spectaculair.
Van één vis staat de dril me nog goed bij. Het malle beest klapte keihard over het aasje heen toen het op weg was naar beneden. Een keiharde beuk op mijn hengeltje was de vertaling van deze gebeurtenis, die twee meter onder mijn voeten plaatsvond. De vis trok tot drie keer toe wat lijn van mijn spoel. Ook maakte hij me het nog moeilijk door me bijna af te snijden onder een boot.


Voor altijd een speciale plaats in mijn hart.

Het is opvallend dat de vissen niet geconcentreerd onder de boten aanwezig zijn zoals we hadden verwacht. De vissen liggen daadwerkelijk overal verspreid over de bodem. Het is gewoon lukraak in de rondte smijten of verticalen. Dit zorgt er wel voor dat er niet gericht op de grote vissen gevist kan worden. Een groter stuk kunstaas gebruiken verandert hier niets aan, aangezien dit binnen een paar worpen compleet gesloopt is door de kleinere agressieve rovers.
Ik besluit om even gek te doen en zet een Bluefox spinnertje in. Op het stuk roterend metaal blijven aanbeten volledig uit. Dit wijst erop dat de vissen alleen zijn te vinden in de onderste waterlaag. Goed dan! Snel wordt het stuk ijzer weer vervangen door rubber en ik sta meteen weer te drillen. Bard staat een stukje verderop, en ook hij is nog steeds goed aan het vangen. Ondertussen begint er nu iets te rommelen in mijn maag. We zijn zo geconcentreerd aan het vissen dat we onszelf helemaal vergeten. Bard begint ook al honger te krijgen. We spreken af dat we om twee uur even pauze houden om ons gereed te maken voor de tweede helft van deze nu al legendarische dag.
Natuurlijk is het al over tweeën al ik op mijn horloge kijk. Ik fluit naar Bard dat het tijd is om te eten. Met enige sporen van tegenzin moeten we onze hengels neerleggen. Net op dat moment komt er een enorme sneeuwbui aanzetten, en we zoeken dekking achter een steigerpaal. We zitten heerlijk in de luwte en zien ook de sneeuw horizontaal langs ons waaien. We bespreken de tot nu toe bereikte resultaten onder het genot van een boterhammetje, een drankje en een zak met borrelnootjes.
Het is toch belangrijk om op zijn minst één keer per dag even een pauze in te lassen. Met een gevulde maag is de kou toch een stuk beter te trotseren. Herboren staan we een half uurtje later weer te vissen, ditmaal wél bij elkaar. Bard is al aan het aftellen voor zijn honderdste vis van vandaag. Ik zit nu ergens hoog in de zeventig. We zijn nu met z'n tweeën aan het werpen en over de bodem aan het binnenvissen. Het zonnetje breekt door, en de eetlust van de baarzen lijkt wel groter te worden. We staan nu letterlijk elke worp een vis binnen te takelen. Het is niet ongewoon dat onze rubbertjes per worp twee keer worden gemist en de derde keer worden gegrepen. “Ja hoor! Nummer honderd!!” Schreeuwt Bard. Het is niet te geloven maar o zo waar. Bard laat de gouden vis weer gaan. De volgende worp is het wéér raak. Zowel bij hem als bij mij. Plotseling schieten we keihard in de lach. Dit is toch niet normaal meer! Bulderend van het lachen staan we wederom twee vissen binnen te draaien. De tranen springen ons in de ogen. Dit is bij verre het mooiste wat we ooit hebben meegemaakt. We hebben het niet meer.


Bijna meer dubbelvangsten dan enkele!


En blijf ze respecteren!

Bard pompt zijn score zonder problemen op naar 110. Het begint nu ook wel een beetje te kriebelen bij mij: 96, 97, 98… Het zal toch niet waar zijn! De tijd begint nu wel een beetje te dringen. We hebben elkaar beloofd om om vier uur op te houden en terug te gaan. Het is toch te gek voor woorden dat ik geen genoegen neem met minder dan honderd vissen! Honderd!! Ja hoor! Eindelijk! Een droog tikje duidt op mijn honderdste vis van vandaag. Met geen pen te beschrijven dit!!


Honderd baarzen op een dag vangen: onbetaalbaar!!

Eindelijk is de tijd aangebroken voor de laatste worp. Tegelijkertijd smijten we nog één keer hoopvol in. Huppelend over de bodem wordt mijn stukje rubber nog één keer gegrepen. Nadat de laatste vis van vandaag weer netjes is teruggezet in zijn wereld is het tijd om er een punt achter te zetten voor vandaag.
De gehele terugreis verkeren we in een roes. Komt het nou door de onwaarschijnlijke hoeveelheid vis dat we op de kant gekregen hebben, of begint de vermoeidheid dan eindelijk toe te slaan? De dag wordt geheel in stijl afgesloten met een geweldig mooie zonsondergang. Wat zal morgen ons brengen?


Het was alsof de goden naar ons knipoogden.

De rest van de dag wordt besteed aan reflectie. Honderd en één voor mij, en maarliefst 123 stuks voor Bard. We kunnen er gewoon niet over ophouden: “Zoiets beleef je maar één keer in je leven!” concludeert Bard. Ik ben het met hem eens.
Ik kijk mijn maat aan. “Zo, wat wordt het morgen?” De blik in zijn ogen zegt genoeg. Het is op een bepaalde manier wel jammer dat we al plannen hebben voor morgen. Anders zouden we er zo weer staan!

Ernst Schrijver

Google Analytics