Zaterdag 27 mei
Een vak apart
Het is nog donker als ik op de dijk sta. Voor me, zo’n honderdvijftig meter van me vandaan, trekt het rivierwater in stilte voorbij. Pure magie, dit moment van de dag. De wereld slaapt, de lucht is warm. Telefoon. Rens is er bijna. Turend in de verte ontwaar ik een naderend schip. Ik droom er kort bij weg. Dan hoor ik een ronkende motor en werp ik een blik opzij. Twee koplampen naderen, het team is compleet. De geboorte van een vers roofvisseizoen. Nieuwe ronde, nieuwe kansen.

Nieuwe ronde, nieuwe kansen
Aan de energie gaat het niet liggen vandaag. Rens staat stijf van de vangdrang en dat is te merken ook. Bij mij is het niet anders. We parkeren de wagen van Rens, laden zijn spullen over in mijn auto en rijden dan naar het startpunt bij een rivierdorp enkele kilometers verderop. Lieslaarzen aan, hengels gereed, tassen om en gaan.
We gaan vandaag ouderwets struinend vissen. Vak voor vak, krib voor krib, zullen we diep én ondiep water uitwerpen. Snoekbaars staat scherp in het vizier en lange stokken, dunne lijnen en shads spelen een hoofdrol.
Mij spreken vooral de ondieptes aan. Niets fraaier dan zo’n ram van een aanbeet waar je hem stiekem nauwelijks verwacht. Rens gelooft daar nog niet zo in en zoekt de vis wat dieper. Al snel zie ik hem een krib opzoeken en werpen richting open water. Natuurlijk, daar kan het ook.

De eerste worpen
Onvoorstelbaar hoe licht het al is. Als visser kun je nu echt lange dagen maken. Ik snuif de ochtendlucht op en word direct bestraft met een niesbui. Hooikoorts, natuurlijk. Ik blijf er wijselijk kalm onder en waag het niet te gaan wrijven aan neus of ogen. Meestal bedaart het genies dan vrij snel. Ook nu blijft de ellende onder controle.
De eerste actie laat niet lang op zich wachten. Halverwege het eerste vak, op zo’n twintig meter uit de kant, grijpt de eerste vis mijn shad. Een korte dril volgt; de vis rolt van de haak. Niet veel later een spijkerharde aanbeet, maar geen hanger. Dan gaat mijn telefoon. Het is Rens.
Tien tellen later ben ik aan het lopen. Een krib voorbij, een heel vak verder. Waar is die jongen? Pas bij de volgende krib zie ik hem staan. Zonder kromme hengel en zonder de grote vis waar hij het zojuist over had. Een slechte grap? ‘Grote brasem, hij zwemt alweer.’ Zowaar na een fraaie aanbeet en gewoon in de bek gehaakt. Een jaar of vier geleden had ik het nauwelijks geloofd. Maar dit gebeurt toch echt steeds vaker.
We lopen terug naar het eerste vak en gaan daar nogmaals van start. De actie die ik er had smaakt naar meer. Toch blijkt het zoeken, ook bij volgende kribben. Rens vangt wel vis. Kleine rovers, maar toch.
Hoe verder we lopen, hoe korter de kribben. De stroomnaad is hier vanaf de oever haast met een pendelworp te bereiken. Dit zijn de mooiste vakken. Het water draait en kolkt er overal. Bij de eerstvolgende krib, een van de kortste op dit stuk, komt er eindelijk weer leven in de brouwerij. Ik pak een leuk visje recht uit de stroomnaad, Rens haakt een fraai exemplaar tijdens het binnendraaien van zijn shad.

Strak en gretig

Het betere werk

Beauty voor Rens
Dat ik ook vis vang doet niets af aan de feiten: Rens geeft me visles. Er zijn kribben waar mijn vismaat aanbeet na aanbeet krijgt, terwijl ik niets afdwing. Wat doe ik fout? Het was al duidelijk dat Rens van nature feller vist. Vaak gebruikt hij nét wat zwaardere loodkoppen waarmee zijn shads kortere sprongen maken. Bij mij is dat anders: ik kies bij het werpend vissen graag voor superlichte kopjes en laat mijn shad meer zweven dan springen. Natuurlijk is geen aanpak heilig. Elke dag is anders. Ik geef de fellere visserij een kans, maar veel helpt het nog niet.

Een man op dreef
Leren kost soms tijd. Naarmate we verder vissen, wordt me duidelijk dat de kleur van het aas vandaag wel eens het verschil kan maken. Normaal zoek ik daar de verklaring niet snel. Maar nu het water zo troebel is kan ik er moeilijk onderuit.
Ik grijp naar groen. Limetreuse, om precies te zijn. En zo precies wíllen we zijn. Rens en ik zijn beiden smoorverliefd op de grote Saltshakers in deze specifieke kleur. Ze vangen alles, altijd en overal. Toch ga ik niet voor een shaker nu, maar voor een Dull shad van SPRO. Een gedrongen shad, nauwelijks flankend maar wel met een immer zwiepende schoepstaart. Prachtig om mee te werpen eigenlijk. Al snel sta ik een leuke vis te drillen. Is dit de gouden greep?

Hebbes

Op de Dull shad van SPRO
Naarmate de zon stijgt, wordt het rap warmer. We zijn goed voorbereid: we hebben veel water bij ons en zelfs de zonnebrandcrème ontbreekt niet. Een stralende dag met fel licht is vaak wel funest voor de vangsten. De ochtend en avond zijn dan de beste momenten, overdag valt het niet zelden helemaal stil. Gelukkig is het water troebel. Onder de waterspiegel kon het wel eens meevallen met de invloed van het felle licht.
De warmte wordt zwaarder richting het middaguur. Gelukkig naderen we juist op dat moment een stuk met veel overhangende bomen. Struinend langs de oever genieten we van de schaduw die ze bieden. We lopen zoveel mogelijk door het water, maar soms moeten we de kant op. Langs de bomen en struiken is het dan gewoon te diep. De vegetatie wordt snel ruiger. Hoeveel mensen kwamen hier al eerder? Paden ontbreken, nergens platgetrapt gras. Als pioniers in de wildernis banen we ons een weg door de ruige begroeiing.
De Dull shad wordt weer gepakt. Het is opnieuw een leuke snoekbaars. Op een volgende worp naar links, in de hoek van het kribvak, volgt direct een aanbeet op. Wat je noemt ondiep! Een fraaie knokpartij volgt, in de brandende zon. Maar ik win de strijd. Rens staat paraat met de camera en schiet prachtige platen.

Knokken in de brandende zon
Met dank aan de fotograaf
De vis gaat met een plons terug. Bewust, want het water is warm. Vissen zijn daardoor sneller uitgeput. Door het gespetter schrikt de vis, die er vervolgens met een met een ferme slag met de staart vandoor gaat.
Zowaar trekken de vangsten aan. Vooral bij mij nu, want bij Rens valt het juist stil. Zijn verbazing neemt toe als ik vis na vis vang. En eerlijk is eerlijk: zelf sta ik er ook van te kijken. Ik pluk de vissen allemaal midden uit de vakken op maximaal 2 meter diepte. Door het opvallend troebele water lijken de snoekbaarzen overdag juist feller te gaan azen.

Te diep: terug naar de oever

Aandachtige toeschouwer

Overdwars
Bij de volgende krib gaat het feest vrolijk verder. Sterker nog, ik kopieer een eerdere vangst. Opnieuw een knallende aanbeet bij een worp in de hoek van het vak. De shad had nauwelijks het water geraakt. De grootste vis van de dag is het, een fraaie zestiger. Hoe oud is zo’n snoekbaars nou precies? Drie jaar of toch al vier?

Strak uit het vak

De vrijheid tegemoet
De middagzon brandt ongeremd door. Het begint zijn tol te eisen. Onze passen worden korter, we lopen steeds trager. Vooral de lange stukken van krib naar krib zijn zwaar. Regelmatig passeren we badgasten die voor apegapen liggen op de spaarzame zandstrandjes. Een enkeling kijkt verbaasd om. Ik begrijp ze, maar sjok apathisch verder. Lange dagen als deze vragen stiekem heel wat van je fysieke gesteldheid. Ze vreten je op, langzaam maar zeker.
We besluiten nog twee kribben mee te pakken. Zowaar strikken we ook daar nog enkele rovers. Een leuke baars vecht karakteristiek met korte, felle stompen. Rens sluit af met een knappe snoekbaars, recht uit de stroomnaad. Het totaal van 23 vissen stemt meer dan tevreden.

Van het zand geraapt

Waardig slot
Het laatste stuk naar de auto is behoorlijk uitputtend. We twijfelen nog even: stond ie wel hier? Zodra we op de dijk staan is de geruststelling daar. Snel rijden we terug naar het startpunt, waar mijn rode Peugeootje braaf staat te wachten. Op de autorit die daarna nog moet volgen verheug ik me niet. Vermoeidheid en warmte zijn slechte ingrediënten voor een alerte rit. Ik voel me gesterkt door onze knappe resultaten. ‘Dit zijn de dagen die tellen’, vertel ik Rens. Een handdruk, een knipoog en een laatste groet volgen. Het nieuwe seizoen is waardig gestart.
Sportieve groet,
Bard Borger