Donderdag 21 januari
Kriebels
Een korte blik op de klok leert dat het al een uur of tien is. Toch is haasten nergens voor nodig, zo heb ik besloten. Ik wil vandaag genieten van mijn visserij en van de rust, dát staat voorop. In een heerlijke routine laad ik de auto in met het benodigde bellyboatmateriaal. Het gaat zo soepel dat ik een laatste check vergeet. Pas als ik alweer onderweg ben loop ik het lijstje nog eens hardop na. Mijn routine blijkt waterdicht; ik ben niets vergeten. De autorit duurt niet bepaald lang. Ik voel hoe de kriebels toenemen en hoe de concentratie stijgt. Donders, ik heb er oprecht zin in.
Met een ferme draai stuur ik de auto naar rechts het landweggetje op. Het asfalt wordt vaarwel gezegd. Vier banden glijden hier en daar een stukje door de modder terwijl ik temidden van een kaal landschap van uitgestorven akkers het water nader. Bij een omheining stop ik de auto. De moter gaat uit, het portier open. Frisse lucht. Sneeuwresten links van mij, de allerlaatste ongetwijfeld. Verderop in het weiland is een zwerm ganzen neergestreken. Ook in de lucht nog de nodige vogels. Wat een rust. Het grote genieten is begonnen.

Sneeuwresten links van mij
Terwijl ik mijn bellyboat gereed maak voel ik de vangdrang stijgen. Eens even een paar snoekbaarzen wakker schudden. Maar ik voel geen ongeduld. Hoe vaak had ik – vooral in vroegere jaren – niet een blinde drang om te vangen? Dat is in de loop der tijd steeds minder geworden. Nog steeds kan ik mij zo nu en dan met rode oortjes richting het water haasten omdat de honger naar een kromme hengel zo groot is, maar steeds vaker probeer ik toch vooral de rust te bewaren en beheerst met mijn visserij bezig te zijn. Ik neem dan veel meer op en leer dus ook meer. Genieten van de omgeving wordt voor mij steeds belangrijker.

Vogelvlucht
Mijn uitrusting is gereed. Althans? Nu wel een laatste check. Het is in orde. Portieren van de auto op slot en lopen maar. Wacht. Ik plaats de camera op de grond en zet de zelfontspanner aan. Dat ik weer eens lekker in m’n eentje op pad ben betekent wel dat de foto’s wat improvisatie vereisen. Ik loop een stuk richting het water tot ik ervan overtuigd ben dat de camera zijn werk gedaan heeft. Draai me om en loop terug. Met een grijns bekijk ik het resultaat. Het blijft grappig om jezelf op de gevoelige plaat te zetten.
De Maas stroomt vrij hard, zie ik links van mij. Normaal voor deze tijd van het jaar, dat zeker. Maar het neemt niet weg dat ik stevig aan het werk moet als ik straks tegen de stroomnaad wil vissen. En dat wil ik zonder twijfel. Hoe staat de wind eigenlijk? Ik had gedacht dat ik de monding ingeblazen zou worden, maar dat blijkt niet het geval. De wind staat min of meer parallel aan de oever en zal me daardoor stroomafwaarts blazen. Ook dat nog. Deze gedachten en anderen borrelen op terwijl ik me een weg door het afgestorven riet baan. Modder, kuilen, en dan nog die opblaaseend op m’n rug. Even doorbijten, lekker.

Op weg
Eenmaal bij het water zijn de kriebels op een hoogtepunt. Nu snel aan de slag. De wind maakt het voor het gevoel stukken kouder. Ik leg alles startklaar tot alleen mijn flippers nog aan moeten. Dan de grote truc die ik mijzelf geleerd heb: mouwen opstropen, handen natmaken in het koude water en meteen afdrogen. Dan de flippers aandoen, zodat de handen aan het werk gezet worden. De plotselinge kou van het water maakt dat het lijf een stoot bloed naar de handen stuurt. Ik zit drie minuten op het water en de truc doet zijn werk. Van koude handen is geenszins sprake.
Softbaits en niets dan softbaits vandaag. Ik heb forsere shads bij me, een paar kleinere ook en loodkoppen in diverse gewichten. Ik start met de baitcaster in de hoek van de monding waar de stroming min of meer op staat. Vaak een buitengewoon interessant punt, omdat het water hier terug stroomt langs de oever. Niet ver uit diezelfde oever drijft op enkele vierkante meters vuil bij elkaar; dit markeert het ‘oog’ van de draai die het water hier maakt. Potentieel een ideale plek voor de snoekbaars. Die kan er in alle rust wachten op apathische en (licht) gewonde prooivissen die voorbij komen. Verticaal bied ik hier mijn shad aan. Felgroene v-staart van Mann’s op een veertiens gram loodkop. Vrij zwaar voor deze relatief rustige omstandigheden, maar ik richt me op een eenzame, grote snoekbaars die zich hier een meter of twee diep opgesteld heeft. Die beukt er hopelijk toch wel keihard op, zo is de gedachte. Later probeer ik het ook door vaart te maken en de shad met fermere halen diagonaal aan te bieden. Het blijft stil, maar het gevoel is goed.
Ik drift richting het midden van de monding, meer in de buurt van de stroomnaad die ik straks wil opzoeken. Met een waterdiepte van 5, haast 6 meter gaat het hier duidelijk een stuk naar beneden. Ik probeer het diagonaal op een iets passievere manier. Weer blijft het stil, ondanks de interessante signalen die ik hier en daar op de dieptemeter te zien krijg. Het vuil drijft nu meer midden in de monding van de havenarm, zo constateer ik. Het oog van de kering is dus een stuk verschoven. Schitterend om die dynamiek van het stromende water te zien.
Als ik de andere kant van de monding nader nemen de signalen op de dieptemeter toe. De concentratie stijgt. Ik kan die aanbeet al voelen. Heerlijk om zo met m’n volledige beleving bij de shad en die verwachtte tik op de hengeltop te zijn. In een lichte trance zigzag ik het talud op en af. Ik drijf hier tussen een tweetal boeien die precies boven het meest interessant stuk van de monding liggen. De grootste boei ligt zo’n beetje op de stroomnaad boven een waterdiepte van iets meer dan vier meter; het water raast er aan de kant van de rivier vrij vlot voorbij. De kleinere boei ligt wat verder stroomafwaarts iets meer in de monding , met zo’n drie meter water eronder. Trek een denkbeeldige kromme lijn tussen de twee boeien en je markeert het meest visrijke stuk. Dat zijn de ervaringen althans.
Ik waag me meer richting de stroomnaad, aangezien aanbeten uitblijven. In het verleden bleek al dat de snoekbaarzen soms meer onderaan het talud gezocht moesten worden, iets meer in de stroming. Wie weet is dat ook nu het geval. Kijkend naar de oever constateer ik dat er harder getrappeld zal moeten worden om op één plek te blijven liggen. Van stroomopwaarts vissen op de stroomnaad is al helemaal geen sprake. Ik laat mijn flippers hun werk doen en presenteer mijn shad secuur – en vooral vrij stil – kort bij de bodem. Af en toe lift ik de fopvis een behoorlijk stuk, om hem dan tergend langzaam weer te laten zakken. Met 14 gram lood gaat het allemaal net.
Ik houd het even vol maar besluit dan tijdelijk weer iets meer uit de stroming te trekken, het talud op naar links. Dat is het moment waarop een rover onder water zijn geduld verliest. ‘POK!’ Een glaszuivere aanbeet. Ik zet de haak, maar niet extreem overtuigend. De vis komt even mee, maar schiet dan los. Verdomme! Ik ben plotsklaps klaarwakker en baal als een stekker. Voel toch ook een gevoel van hoop. Het kán dus! Mooi hoe deze vis overduidelijk reageerde op de zijwaartse beweging van het aas; een beweging die vissen vaker triggert.
In opperste concentratie vis ik verder. Dit móet een vervolg krijgen. Ik voel me een jager die gretig op zijn prooi loert. Kom dan, kom dan! Aanbeten blijven uit. Ik besluit dichter tegen de oever, en dus ondieper, langzaam stroomopwaarts te vissen. Hier kan ik wel tegen de stroming inkomen. Opvallend genoeg zie ik op dit relatief ondiepe stuk water net buiten de monding regelmatig interessante signalen, en ik krijg zelfs een halve aanbeet die het aanslaan niet echt waard is. Als ik vervolgens besluit om even de kant op te gaan voor een korte eet- en plaspauze, heb ik goede moed dat ik straks nog een aanbeet moet kunnen afdwingen.
Op de kant geniet ik van mijn lege blaas, van de rust en van de hete thee. De energie is echt perfect vandaag. Ik ben kalm maar gemotiveerd, geconcentreerd tegelijkertijd. Ik bedenk hoe belangrijk die juiste energie is; het is zeker onder deze koudere omstandigheden de basis voor slim en doortastend vissen. Als de vis zo passief is maak je alleen met zo’n instelling kans.
Ook laat ik mijn gedachten nog eens gaan over dit stektype. Verschillende maten van stroming, mooi bodemverloop, interessante taluds en dat alles op dieptes van 1 tot 6 meter. Stukken harde bodem en ook veel zachtere structuren. Variatie kortom. Dat vraagt om een doordachte aanpak, en dat drijft mij. Eigenlijk zijn dit soort stekken ook ideaal voor de bellyboat.

Rustmoment
Ik ga het water weer in. Wil aanvankelijk kort bij de monding te water maar besluit dan een stukje stroomopwaarts te lopen. Dat is gewonnen energie, nietwaar? Het geeft me meteen de kans om een kuil te bevissen die daar een stuk uit de oever moet liggen. Ik ben er in het verleden eens op getipt door een collega- visser. Ik ontdek niet echt een duidelijke kuil maar wel een relatief scherp aflopend talud. Een mooie stek inderdaad, aangezien de kuil een luwte vormt bij de bodem. Ik laat er mijn forse Slug een trage zweefdans uitvoeren, zonder resultaat. Vis dan terug naar de monding met diezelfde Slug, die onder begeleiding van een dunne lijn en een 17 grams loodkop prima te controleren is. Ik heb het idee dat het vandaag op deze manier moet gebeuren; de vis is duidelijk passief en moet gewoon lang genoeg geïrriteerd worden. Dat kan bij uitstek met zo’n zwaar gewicht dat de shad vast op de plaats houdt.
Aanbeten bijven helaas uit, en ik gooi het toch nog even over een andere boeg. Tover mijn Signature troller tevoorschijn en maak een flinke serie worpen. Laat een kleinere shad op een 7 grams loopkopje door de stroming meevoeren ter hoogte van de stroomnaad, kort boven de bodem. Wie dit écht goed kan, beheerst een hogeschoolvisserij. Ik kan het wel, maar moet er dan ook een langere tijd helemaal voor kunnen gaan. Met de beperkte tijd die ik nu nog heb kan ik de juiste ‘flow’ niet te pakken krijgen. Ik schakel weer over naar de baitcaster.
Het laatste half uurtje wordt bikkelend volgemaakt. ‘Gewoon volhouden’, ‘geduld loont’. Het zijn bekende motto’s onder sportvissers maar ze gaan niet altijd op. Dit is zo’n dag, besluit ik vlak voor ik de oever opzoek. Die ene vis zat erin en was verdiend geweest, maar vrijwel net zo gemakkelijk neem ik vandaag genoegen met die nul op de teller. Dat zijn slechts de cijfers, toch? Ik weet waarvoor ik kwam vandaag, en voel een oprechte tevredenheid. De omgeving, de rust, een beheerste en geconcentreerde visserij op een schitterende stek. Deze dag had het allemaal.
Sportieve groeten,
Bard Borger