Woensdag 23 en donderdag 24 december
Anders gelopen
De hoge dijk waar we over rijden slingert door het witte en stille landschap. Ooit hield deze dijk waarschijnlijk het water dat we gaan bevissen tegen. Het begint al wat te schemeren, muziekje niet al te hard en de buizerd in de boom verroert geen vin wanneer we langsrijden. Er wordt natuurlijk gelachen in de auto, maar de spanning voor wat de dag zal brengen is goed te voelen. Het is nog even afwachten waar we te water zullen kunnen met onze drijvende stoelen. Een korte verkenningstocht op de locatie vertelt ons al snel wat we al verwachtten, dit wordt een flink stuk sjouwen.
De spullen worden met een redelijke routine in orde gemaakt, toch gaat het deze keer allemaal stukken langzamer. Dit is misschien maar goed ook. Bellyboaten met deze temperaturen is niet voor iedereen weggelegd. Het materiaal meerdere malen nalopen is dan ook geen overbodige luxe. Ook wordt er net even wat beter voor ons zelf gezorgd, waar normaal voor mij de eerste boterhammetjes vaak pas na de eerste vis genuttigd worden, wordt er nu eerst goed ontbeten met een heet bakje koffie erbij. Ik weet niet of het aan de temperatuur lag, maar voor het eerst tijdens een visdag brandde ik niet mijn mond aan de koffie.

Alle spullen worden zorgvuldig in orde gemaakt

Met een warme bak koffie bereiden we ons voor op de kou die volgen gaat
Bellyboat met gestrekte arm op de schouders, hengels en emmer in de andere hand, lopen maar. Kraak, kraak, met de viltzolen door de dikke laag sneeuw. Het is best taai zo’n stuk lopen met al die spullen, dus niet te veel achterom kijken en doorlopen. Het is echter wel een mooie wandeling. Eerst een bruggetje, dan een stuk moerasbos. Een groepje staartmezen volgt ons nieuwsgierig als ze zijn, van tak naar tak. Pfff, we krijgen het zo wel lekker warm voor we te water gaan. Een watersnip vliegt kantelend weg wanneer de bellyboats eindelijk neerploffen bij de monding van de haven. Eerst even uithijgen en dan rustig te water.
Om de handen droog te houden met deze kou gaan de flippers al op de kant aan de voeten. Op het geronk van de binnenvaart en het geluid van de stevige zuidwesten wind na, is het nog aardig stil om ons heen wanneer we het ondiepe water op glijden. Er moet even goed vaart gemaakt worden om door de branding van een ondiep gat in de steenstort het diepere water te bereiken. Tegen de stevige wind in sturen we onze bootjes richting de buitenkant van een stevige strekdam. De schoepstaarten vliegen door de lucht en landen tegen de strekdam aan, mooi tussen de stenen waar onze gestekelde kanjers liggen te wachten. Worp na worp, vol spanning. Elk stukje strekdam geeft nieuwe hoop. Maar wanneer het einde van de strekdam nadert, heeft de stek die er zo perfect uitziet nog niet van zich laten horen.

De strekdam geeft niks prijs
De dieptemeter geeft aan dat hier een mooi talud begint, erg mooi merk ik als ik mijn loodkop over de keiharde bodem voel gaan. We denken hetzelfde, hier maar even lekker verticalen. Het talud gaat vrij rap van 5 naar 13 meter, met voor de monding een diepe put en daarnaast een ondiepe tong. Even is het stil, beiden tot op het bot geconcentreerd, met een ongelooflijke spanning wachtend op die eerste aanbeet. Pok! Het is Bernd die als eerste een mooie tik krijgt en de haak goed kan zetten. Heerlijk, de eerste vis is onderweg. Een prachtig snoekbaarsje is vol overgave op de seashad geknald. De eerste vis betekent voor Bernd ook even poseren voor een ijskoud plaatje, met deze omstandigheden garantie voor verkleumde vingers. Plons, op naar de volgende.

De eerste snoekbaars van het mooie talud
Al na de eerste vijftig meter flipperen had ik door dat er iets niet klopte. Hier was ik al bang voor. De voet in de pas gerepareerde sok van het waadpak wordt toch net even wat sneller koud dan normaal en zeker sneller dan de andere voet. Blijkbaar toch niet goed gerepareerd. Ik voel dat er maar heel langzaam een beetje water naar binnen komt. Bernd vraagt of ik er dan niet beter uit kan gaan. Na al die moeite om hier te komen, drijvend boven een mooi talud, nee, dan maar even door bikkelen. Ik roep wel als het niet meer gaat.
Langzaam zak ik het talud voor de monding schuin af. Even een stukje op dezelfde diepte blijven, fin-s net boven de grove stenen op de bodem. Tik. Slaan. Niets. Heerlijk om zo’n harde aanbeet te zien op de top, maar geen weerstand aan het einde van de lijn. Rustig verder vissen, die vis komt er wel. Ik zak het talud wat steiler af en vis met iets grotere sprongen, waarbij de shad steeds even op de bodem mag rusten. Op het moment dat ik de shad weer op de bodem zet schuift er iets overheen, geen harde aanbeet, direct zwemmen. Er bonkt iets in de diepte. Een baars in topconditie breekt even later door het oppervlak. Yes, de rover waarvoor we kwamen. Met zijn wat rechthoekige bouw gaat de vis gemakkelijk op de foto.

De rover waarvoor we vandaag te water zijn gegaan
Opnieuw wordt het talud op en af gevist, keer op keer. Ik krijg geen reactie. Ondertussen zie ik dat mijn maat wel af en toe een aanbeet mag incasseren, al blijven ze tot nu toe niet hangen. Het geeft wel aan dat ik even wat anders moet gaan doen. Op het moment dat ik eens in mijn kunstaasdoos gluur, zie ik in mijn ooghoek Bernd heftig aanslaan. Een grijns verschijnt op zijn gezicht wanneer de baitcaster rustig doorbuigt, slome bonken op de hengel, dit belooft veel goeds. Langzaam wordt de spanning op de hengel minder en verschijnt er een bonk van een wintersnoekbaars in het oppervlak. Super! Trots tilt Bernd zijn vangst uit het water.

Trots met deze winterse snoekbaars

Topvangst!
Nadat ik de vis terug in het water heb zien glijden, realiseer ik me dat mijn been toch aardig koud begint te worden. Ik moet er maar niet al te lang meer in blijven. Toch is de drang om op dit talud nog een vis te haken te groot. Bernd vertelt dat hij zijn aanbeten alleen talud op krijgt. Nou dan schrapen we dat talud nog wel een paar keer op, maar dan moet ik er echt uit. Na een aantal pogingen gaat mijn telefoon. Het is een maat van me die belt over ons weekje oud en nieuw in de Ardennen. Nou hengel dan maar even op de schoot, ik voel de shad toch wel over de stenen hobbelen. Er wordt even overlegt over wat nog aan te schaffen en andere nuttige onderwerpen worden besproken. Pok! Een mooie tik op de top en direct doorbuigen doen mij opschrikken, aanslaan! Mooi, hij hangt gelukkig wel. Ik meld mijn maat dat ik hem later wel even terugbel, lachend hangt hij op.

Bel snoekbaars

Extra energie voor nog een vangst!
Heerlijk om toch nog een aanbeet te krijgen op dit talud, weliswaar niet helemaal zoals het hoort, maar toch. De drang om er meer uit te halen is groot, nog even blijven we boven het talud hangen, maar dan bezwijk ik toch voor de kou. Bernd vangt nog een snoekbaars, maar nu moeten we er echt uit! Terug op de kant merk ik pas hoe koud mijn voet geworden is. Eerst weinig gevoel, daarna een stekend gevoel in mijn voet. Ik ren even wat rondjes om het bloed weer goed te laten stromen. Het beste is nu direct bellyboot op de rug nemen en gaan lopen. Eerst voel ik het ijskoude water zompen tussen mijn tenen, maar wanneer ik bij de auto aankom voelt mijn voet eigenlijk wel al weer redelijk warm. Snel dat pak uit, afdrogen en warme kleding aan. Dat mijn voet zo snel weer terug warm is valt me reuze mee.

De laatste vangst hier voor vandaag, we moeten er uit anders komt het niet goed ...
Alleen wat nu. Omdat we beiden met een recentelijk gerepareerd waadpak op pad gingen hadden we een reserve waadpak bij ons van vismaat Thijs de Groote. Toch voelden we er beiden niet veel voor om weer terug in de bellyboot te stappen. We hadden wel even genoeg van de kou, bellyboten doen we morgen wel weer zeiden we tegen elkaar. Eerst even een lekkere kop broccoli soep met spek erin en dan bekijken we het haventje en het sluisje hier wel even. In het haventje ligt ijs, veel ijs. Het sluisje is wel redelijk vrij van ijs, hier zakken dan ook de eerste kleine shadjes en wormpjes naar beneden. Naast het sluisje zit een spuigat dat voor een flinke stroming zorgt. Dit stinkt naar vis. Het lichte shadje gaat langzaam door de stroomnaad langs de palen van een steiger, kan niet missen zou je denken, maar helaas. Ook de rest van het wak stelt ons teleur.

Tevergeefs

Bernd probeert nog wat met de fireball, maar ook dat slaagt niet
Weer moeten er keuzes gemaakt worden. De opties worden doorgenomen: haventjes, ondiepe kanten grenzend aan groot water, industriewater en stadswater. De keuze valt op een stadswater wat hier een stuk vandaan ligt, maar wat wel op de route richting het Utrechtse ligt, waar we vannacht slapen. Wanneer we bij het water komen is het vooral even zoeken naar een geschikte parkeerplek. Deze wordt gevonden bij de monding van een binnenhaven. We staan hier op de kop van de monding aan een groot kanaal. De lange shadstokken zijn tevoorschijn getoverd, maar voelen in deze omgeving verre van lang aan. Kanalen zijn ons niet vreemd en wat dat betreft voelt deze stek niet slecht aan. Deze temperaturen maken het vissen op grote bakken water als kanalen vanaf de kant toch net even wat anders. De vele worpen leveren hier helaas geen vis op. We besluiten even in de binnenhaven te gaan kijken. Het haventje ligt vol met binnenvaartschepen en ook wat kleinere plezierjachten. Er is redelijk wat bedrijvigheid van deze binnenvaart en dit levert lokaal behoorlijk wat stroming op. De lijnen gaan strak langs de binnenvaartschepen. We krijgen echter geen reactie. Ook proberen we het nog even in het ondiepere stuk tussen de plezierjachten, ook niets. We besluiten nog een poging te doen op het grote kanaal en als dat niets is moeten we hier echt weg. De dagen zijn immers echt kort op het moment en efficiënt gebruik van de tijd is dus gewenst. De worpen aan het grote water voelen alsof we echt in het niets staan te gooien, wegwezen hier.

In de stad vinden we geen vis

Het gebeurt niet vaak dat de Fin-s ons in de steek laat
We zijn het niet meer gewend om te verkassen tijdens een visdag. Meestal worden er twee stekken uitgekozen voor een bellybootsessie, waarvan er een als backup dient. Het komt er dus op neer dat er een stek op een dag zeer grondig uitgevist wordt. Een paar jaar geleden was dat wel anders. Voor de havenvisserij reden we toen vele kilometers van hot naar her om de grote scholen baars te vinden. Verkassen tijdens een visdag is eigenlijk nooit fijn, maar er zit soms niets anders op. In de auto dus maar weer.
Met de kaart op schoot rijden we zoekend langs het grote water op zoek naar een aangrenzend haventje. Alles wat we tegen komen voldoet niet aan onze eisen. Dan rijden we wel door naar het haventje van een vestingstadje waar ik al eerder geweest ben. Het haventje ligt er stil bij. Hier en daar nog een enkeling die wat onderhoud aan zijn bootje verricht of achter een kopje koffie naar buiten tuurt. We beginnen in het ondiepe deel achterin wat tegen de vestingwal van het plaatsje aan ligt. Zo wordt er langzaam, bootje voor bootje, teruggevist richting de monding van de haven. Helemaal geen tikje. Inmiddels begint het ook al aardig te schemeren en dus besluiten we dat het wel mooi geweest is voor vandaag. Morgen weer een dag.
Zo mooi als het ’s ochtends kan beginnen zo taai kan de dag eindigen denk ik wanneer we in de auto huiswaarts gaan. Moe van de inspannende dag ploffen we neer in de bank. Echt inkakken mogen we nog niet. We gaan namelijk uit eten met mijn vriendin en haar vader. Een klein Portugees restaurantje om de hoek wordt opgezocht. Na het diner vertrekken mijn vriendin en haar vader richting het Zeeuwse. De biertjes komen op tafel en even later gaat de kurk uit een fles whisky. We zijn moe, maar het is ook erg gezellig en ietwat te laat worden de bedjes dan ook weer opgezocht.
De wekker gaat, tja, wat zal ik erover zeggen. Vol goede moed arriveren we op de stek waar we de vorige ochtend succes hadden. Na de stevige wandeling gaan de bootjes weer te water. Het is nog veel kouder dan gister. Op de plek waar we gister ook te water gingen ligt een dunne film ijs op het water. De wind is gedraaid, geen zuidwesten wind meer, maar een strakke oosten wind blaast nu over de lengte van het water. Wanneer we langs de strekdam richting het talud peddelen zien we dat de basaltblokken nu zelfs bedekt zijn met ijs door het aanvriezend spatwater. De situatie op de stek blijkt volkomen gewijzigd. Er staat niet alleen een oosten wind, ook een flinke stroming vanuit oostelijke richting is aanwezig. Het talud wordt weer uitgekamd, maar zelfs de zwaardere loodkoppen zijn nu niet lekker te vissen. We besluiten de haven in te gaan.

Nog kouder dan gisteren!
De haven is veel verder ijsvrij dan gisteren en dat ondanks de koude nacht. Dit ijs moet dus de vorige middag nog volledig zijn weggesmolten. De kanten in de monding van de haven worden uitgegooid, maar zonder resultaat. In de haven ligt een groepje zaagbekken, wanneer we dichterbij komen worden ze wantrouwig en vliegen over onze hoofden weg richting grote slok. De steigerpalen worden een voor een afgevist. De spanning stijgt. Maar dan krijgt Bernd een telefoontje en wenkt dat we er uit moeten. Dit is niet goed. De vorige avond kregen we te horen dat het slecht gaat met de opa van zijn vriendin Anika. Wanneer ik bij mijn maat arriveer om het water uit te gaan, spreekt zijn gezicht boekdelen. Het gaat nu erg slecht en Anika wil graag dat hij mee naar het ziekenhuis gaat. Ook al kwam het bericht niet geheel onverwacht, het is toch behoorlijk schrikken. Er zit maar een ding op, zo snel mogelijk naar huis. Vissen lijkt opeens geheel onbelangrijk.
Sanne Ploegaert