Zaterdag 12 januari
Rammelen
Het is zaterdagochtend, de wekker heeft me zojuist uit mij diepe slaap gerukt. Het duurt nog wel even voor het licht zal worden. Ik denk aan Han die nu waarschijnlijk aandachtig zijn oren spitst. Hij belde me gisteren op met de vraag wat we morgenochtend zouden doen als het dan ook zo'n hondenweer zou zijn. Ik had die vraag al verwacht en had mijn antwoord daarom paraat. ‘Dan gaan we gewoon niet, want daar heb ik totaal geen trek in.' Han was het met me eens. Temeer omdat hij licht verkouden was. ‘Als ik morgen wakker word, luister ik goed. Als de regen dan tegen het dakraam klettert bel ik je op.' Dat telefoontje gaat dus niet komen. Gelukkig! Ik kruip uit bed en begin me aan te kleden.
Het is een tijd geleden dat we elkaar gezien hebben. Ik weet niet eens meer zeker of we toen wel samen visten. Dronken we niet samen een biertje achter op het terras? Hoe dan ook, vandaag nemen we eindelijk weer eens samen de hengels ter hand. In de auto wordt snel duidelijk dat Han vandaag zijn zinnen heeft gezet op een grote snoekbaars. ‘Dat pr moet maar eens aan diggelen.' klinkt het overtuigend. Altijd mooi als mensen weten wat ze willen en gemotiveerd zijn. Die instelling hebben we vandaag sowieso hard nodig, realiseer ik me als we een half uurtje later uit de auto stappen. Het waait hard en kleine druppeltjes maken er een smerig geheel van. Bah! Dit is geen weer voor de visser die gewoon ‘even een poging wil gaan wagen.' Meteen gaan de mutsen op en we trekken de nodige extra kleding aan. Vervolgens snel het zeil van de boot. Ik geef de spullen een plaats, Han sluit de dieptemeter aan. Het gaat vrij vlot. Niet veel later liggen we op het water.

Stevig ingepakt
Het water staat iets hoger dan normaal en is vrij troebel. Betere omstandigheden voor de snoekbaarsvisserij op de rivier kun je volgens mij haast niet hebben. Ook het donkere, grauwe weer draagt eraan bij. Wij kunnen er niet van genieten. Het zal 'n graadje of zes zijn maar het voelt veel kouder. Ik verbijt me als ik de harde wind in m'n gezicht voel.
We weten precies wat we gaan doen en Han zet daarom meteen koers naar de overkant van het water. Vervolgens is het nog een stukje varen naar het stuk oever dat we voor ogen hebben. Die is volledig begroeid met struiken en boompjes waarvan de kale takken nu tot vrij ver uit de kant in het water hangen. Ze vormen een ronduit geweldige uitvalsbasis voor de sluwe rovers. Zeer ondiep, vaak op nog geen meter water en vrijwel uit de stroming, liggen ze daar nu te wachten op een ongelukkige prooivis. We zullen strak langs de oevers gaan slepen, om te beginnen met rammelaars.

Dé biotoop
Soms kan het snel gaan. We zijn een meter of dertig op weg als Han een dreun van een aanbeet krijgt. Heerlijk, precies hierop hadden we gehoopt! We kijken terug en zien dat de vis recht onder de bomen moet hebben gelegen. Met volle overtuiging zette hij zijn tanden in de nieuwe Aruku shad van SPRO. Han ving er kort geleden ook al een fraaie snoekbaars op, dus het ding begint een reputatie te krijgen.
De vis vecht stevig, maar gooit vooral zijn gewicht in de strijd. Bijna gaat het mis als de boot richting oever waait, maar Han stuurt zelf op tijd bij. Dan verschijnt de rover aan het wateroppervlak. En wát voor een! Het is meteen een forse snoekbaars waar Han op getrakteerd wordt. Ik weet de vis snel te scheppen en stel zo het snelle succes voor mijn vismaat veilig. 85 centimeter! Te bizar voor woorden, maar daarmee is het ook meteen een nieuw pr voor Han. Dat is nog eens doelgericht bezig zijn.

Kerngezonde, volle wintervis

Een laatste kiekje
Met een grijns feliciteer ik Han. Wat 'n start! Ik kan niet wachten om de draad weer op te pakken en voor de kapitein geldt precies hetzelfde. Binnen no time slepen we weer verwachtingsvol langs de takken.
Het weer wordt alleen maar onvriendelijker. De wind lijkt toe te nemen en de neerslag wordt serieuzer. Ik mis mijn warmtepak, dat ik bewust thuis heb gelaten omdat ik geen zin had om ook dat ding weer met het openbaar vervoer mee te slepen. Soms word ik er knettergek van; ik kijk al tijden uit naar een autootje. Gelukkig redt mijn thermo- ondergoed me voorlopig. Een paar boterhammen gaan er trouwens ook wel in. Wat kan ik daarvan genieten op dit soort dagen. Hengel in de ene hand, voedsel in de andere.
Het is een dag van domweg doorzetten. Drift na drift na drift maken we. Steeds stroomopwaarts, om dan weer om te keren en terug te varen naar het begin van het traject. We pakken steeds hetzelfde stuk, vol vertrouwen. Die tweede vis komt heus wel. Bij de derde drift meldt hij zich inderdaad, ditmaal bij mij. De aanbeet is niet bijster spectaculair – de vis gaat aan mijn Aruku shad hangen – maar dat wordt ruimschoots goed gemaakt door een fenomenale dril. Hij blijft maar gaan! Ik geniet er met volle teugen van en Han doet dat ook via de cameralens. Ik hoor hoe talloze plaatjes geknipt worden. Maar dat is bijzaak. Mijn aandacht is volledig bij de heerlijke knokpartij.

Geen kattenpis
De hengel wordt fel onder water getrokken, soms tot bijna aan het handvat. Dan kom ik als winnaar uit de strijd en pak ik het landingsnet erbij. Ik schep de vis zelf, want als het even kan geef ik daaraan de voorkeur. Binnen! Weer een vis in prima conditie van prachtig formaat. 77 centimeter lang blijkt deze schoonheid. Ook ik weet dat mijn doel bereikt is. Volgt er vandaag nog meer, dan is dat een absolute bonus.

Missie voltooid!
De vis zwemt overtuigend weg. We waren weer zo'n beetje aan het eind van de drift dus is de vraag wat we gaan doen. Een nieuwe of even verticalen? Ook daarvoor hebben we nog een interessante stek in gedachten.
We besluiten eerst nog twee keer met onze rammelaars langs de takken te slepen. Dat heeft tot nu toe vis opgeleverd dus de hoop op meer is aanwezig. Toch krijgen we geen aanbeten meer. De regen neemt toe en maakt er nu echt een bende van. In combinatie met de wind is het ronduit afzien. Stiekem droom ik alweer van de zomermaanden. In gedachten zie ik ons in korte broeken en blote voeten in de boot staan, werpend richting de oeverzones. Een schitterende visserij die ik in dat jaargetijde enorm kan waarderen. Ik schrik wakker van een windvlaag en duik weg in mijn kraag. Oja, het was lunchpauze. Ik zet mijn tanden in een koude boterham.
Omdat ik straks mijn trein moet halen hebben we niet veel tijd meer. Han gaat akkoord met mijn voorstel om nog even te gaan verticalen. De stek die we daar al de hele ochtend voor gereserveerd houden wordt nu eindelijk opgezocht. Ik merk aan Han dat hij het niet erg vindt om nog maar even te vissen. Het is beter voor zijn gezondheid en bovendien teert hij nog altijd op de roes van die prachtvis.

Nog even verticalen. Welk shadje?
Voor de monding van de beek moet een mooi talud liggen. Het is even zoeken, maar vervolgens hebben we hem te pakken. De dieptemeter geeft het bodemverloop keurig weer. Geen signalen van vis, het lijkt verlaten. Aanbeten blijven ook uit. De harde stroming maakt het voor Han erg lastig om de boot op z'n plaats te houden. De elektromotor houdt het sowieso niet dus wordt zijn grote broer aan het werk gezet. Hoewel die inderdaad voor de gewenste controle zorgt, is het niet echt lekker vissen voor Han. We doen nog vijf minuten ons best en hakken dan de knoop door. Han geeft de voorzet. ‘Ik heb 'n plan.' Ik kop binnen. ‘Hup, traileren.'
We zijn nog niet zomaar weg. Op de heenweg maakte Han zich al lichtelijk zorgen over de slechte toestand van het pad dat naar de trailerhelling leidde. Toen ging het goed, maar nu gebeurt waar hij bang voor was. De banden verliezen grip op de modderige ondergrond en beginnen weg te glijden. Is dat eenmaal gebeurd, dan is het einde natuurlijk zoek. We stappen uit de auto en koppelen de trailer los.
Ook zonder boot erachter heeft Han moeite om de auto weer rijdende te krijgen. Met de extra duwkracht van mij lukt het net. Het is precies voldoende om de auto naar een ‘veilig' stuk te rijden. Fronsend kijken we vervolgens beiden naar de trailer die verderop staat. Hij moet 'n stukje licht bergop door de modder geduwd worden. ‘Dat wordt nog 'n lekker klusje', mompel ik. Gelukkig gaat het beter dan verwacht. Vijf minuten later hangt de trailer weer achter de auto en kunnen we definitief op weg. Pfoe, dat ging maar net goed!

Tijd voor asfalt?
We zijn het er roerend over eens dat we effectief gevist hebben. Beiden vingen we de vis waar we voor kwamen en veel extra tijd hebben we verder niet verspild. Gezien het weer lijkt het een slimme zet geweest te zijn. Scoren en wegwezen. Niet altijd de fraaiste tactiek, maar vandaag wel een efficiënte!
Vriendelijke snoekbaarsgroeten,
Bard Borger