Zaterdag 8 december
Reflecties
Het is niet vroeg, maar nog steeds erg koud. De wind is de grote schuldige. Terwijl het zonnetje volop schijnt leeft hij zich volledig uit over de grote watervlakte. Forse kabbels sieren het oppervlak, de haven ligt er prachtig bij. Het water staat hoog, wat niet opmerkelijk is gedurende deze tijd van het jaar. Het waterpeil in de rivieren hoort nu te stijgen. Wel is het de afgelopen dagen erg hard gegaan. Het is de vraag wat dit voor weerslag op de vis zal hebben. We merken het vanzelf. Ik open de achterklep van de auto en aanschouw de bende aan materiaal. Ik voel het fanatisme in me opleven. Bellyboaten!
Tijdens de voorbereidingen realiseer ik me dat de gemiddelde mens me voor gek zal verklaren. Het is ijskoud en het waait stevig. Man komt uit auto, opent achterklep en begint een minibootje op te pompen. Propt het ding vervolgens vol spullen en tovert zelfs een hengel tevoorschijn. Dan komt een groot pak tevoorschijn. De man wurmt zich erin en sleept hengel, bootje en een paar flippers naar de waterkant. Wat krijgen we nou?

Klaar voor de kou
De kade is half ondergelopen, waardoor de ideale bellyboat helling ontstaan is. Een harde ondergrond die tergend langzaam afhelt naar dieper water. Afgezien van de pittige wind kunnen de omstandigheden niet beter zijn. Nog niet eerder ging ik zo soepel te water.
Het uitzicht is geweldig. Het voelt goed om weer in mijn inmiddels vertrouwde eend te zitten. Lekker kort bij het water, alle mogelijke verassingen direct onder me. Een dieptemeter zou alles nog spannender maken. Die komt nog wel eens. Diagonalend nader ik mijn bestemming van vandaag: een forse jachthaven. Door het hoge water heeft de hele omgeving een andere gedaante gekregen. Heel apart. Fluctuerende waterstanden: een lastige factor maar vooral uitdagend!

Alles oogt anders
Bij de monding van de jachthaven blijf ik even hangen. In gedachten zie ik het schermpje van de dieptemeter voor me. Verschillende kleine bananen hangen duidelijk los van de bodem. Tja, zo zien we het natuurlijk graag. Ik kan alleen maar hopen dat er inderdaad een schooltje rovers in een hinderlaag klaar ligt. Klaar om mij shad een staartje kleiner te maken. Maar respons blijft uit. Het kost me aardig wat kracht om tegen de wind in stil te blijven liggen. De voldoeding als het lukt is echter groot. Volledige vrijheid, zelf bepalen waar je vist en hoe lang. Het geeft een geweldig gevoel.
Ik duik de jachthaven in. Meteen valt de wind goeddeels weg. Stiekem toch gewoon een stuk relaxter dan dat gebikkel in de wind. De boten lijken me aan te staren. ‘Wat doe jij hier?' Ik voel de vangdrang toenemen. Weet ook dat het hier in principe elk moment kan gebeuren. Die ene dreun van een grote baars. Ze liggen er zeker, maar waar? Dat is op dit soort stekken altijd de vraag, en van deze weet ik dat de vis er zeer lokaal kan liggen. Als ik na een half uur nog geen tikje gehad heb vermoed ik dat het wel eens 'n taaie sessie kon gaan worden. Ik zoek hoopvol verder.

Tussen de boten…
Weer een uur later weet ik het zeker. Het wordt alles of niets. Óf ik ga vandaag met lege handen naar huis, óf ik loop toevallig tegen een a twee kneiters aan en sluit de dag straks grijnzend af. Er zit op dit soort dagen niets anders op dan door te zetten. Blijven zoeken, blijven hopen. Ik wissel flink van kunstaas en geef elke steigerpaal extra aandacht. Dat blijven toch de aangewezen plekken. Voorlopig blijft het stil.
Ik trappel een flink stuk, om vervolgens in een ander vak terecht te komen. Systematisch en geduldig vis ik de hele omgeving af. Kort tegen de boten en op open water. Overal laat ik mijn shad kort bij de bodem zwemmen. Trage sprongen, daar gaat het me vooral om. De vis is nu stukken trager en moet een realistische kans op een aanval krijgen.
Futen duiken meermaals kort bij me op. Ze schrikken zich een ongeluk en gaan er in alle tumult vandoor. Soms ook voor mij even schrikken, maar bovenal hilarische momenten. Bovendien is het een goed teken dat deze jongens hier graag vertoeven. De vis kan dan eigenlijk niet ver weg zijn. Inderdaad voel ik nu af en toe wat rare tikjes tegen mijn lijn. Als ik nog vis ga vinden, is het in deze hoek van de jachthaven.
Kort naast een steiger is het eindelijk raak. Na het lange, lange zoeken word ik beloond met een bescheiden frummelbeetje. De haak zetten staat in dit geval gelijk aan de vis drillen. Gewicht is ver te zoeken. Een klein, maar dapper baarsje poseert niet veel later voor de lens. Even knipogen vriend!

Alsnog!
Wat zo'n bescheiden vangst wel niet met een visser kan doen. Ik voel m'n vertrouwen acuut toenemen, zoek de plek waar ik succes had meteen weer op. Helaas volgt er niets meer, ook niet in de directe omgeving. Nog steeds heb ik het gevoel dat het in deze hoek moet gaan gebeuren. Het leeft hier, ik voel het.
De hoop lijkt onterecht. Ik blijf met lege handen achter als ik na een half uur een ander deel van de jachthaven op zoek. Gemengde gevoelens. Frustratie en ongeloof tegelijk. En toch zat er volgens mij meer in. Was ervan overtuigd dat ze daar lagen. Ze hielden gewoon hun kaken op elkaar. Frustrerende momenten uit het leven van een visser, maar ze horen erbij. Tijd voor een paar boterhammen een nieuwe strategie.

Reflecties
Ik overdenk de situatie. Wat heb ik geleerd? Weinig voor mijn gevoel. Toch een grijns. Ik heb geleerd dat het retekoud is! In de wind in elk geval. Met mijn benen gaat het eigenlijk best goed. Nog steeds acht ik de kans op een toevalstreffer aanwezig. Dat moet natuurlijk ook, anders kon ik nu net zo goed huiswaarts keren. Maar waar vervolg ik mijn zoektocht? Een uiterst lastige vraag als je niet zo snel bent en alleen maar talloze boten ziet liggen. Ik heb wel enig idee van het diepteverloop maar weet niet hoe de vis gereageerd heeft op het stijgende water. Wie weet, misschien ligt er wel een grote school witvis weggekropen in een ondiep hoekje. Dat soort dingen kunnen allemaal en een feit is dat ik niet alles kan overzien. Ik besluit een laatste poging te gaan wagen in een deel waar ik eerder dit seizoen veel vis ving. Uiteraard geen garantie voor succes op dit moment, maar je moet wat.
Weer blijft het stil. Ik heb de handdoek al vast, klaar om hem in de ring te gooien. Besluit hem nog even naast me neer te leggen en een laatste drift langs de boten te maken op de terugweg. Als dat ook niets meer oplevert zet ik er een punt achter. Deze jachthaven kan nu alleen efficiënt bevist worden vanaf de kant; de bellyboat is daarvoor ongeschikt. Dat is mijn conclusie. Een laatste half uur net buiten de monding moet bewijzen of er toch nog een visje voor me weggelegd is.

De laatste hoop
Ik raap mijn moed voor een laatste keer bij elkaar en trek voor het laatst een strategisch plan. De haven is langgerekt en de vis kan er daarom doorheen trekken naar gelieven. Als ze zin hebben duiken ze de jachthaven in. Baars en vooral snoekbaars gaat bij voorkeur in een hinderlaag liggen op de plekken waar scholen witvis niets vermoedend voorbij trekken. Dat zouden ook hier best eens vaste routes kunnen zijn, zoals kort buiten de jachthaven niet te ver van de oever. Vis die uit de grotere haven komt en de beschutting van de boten wil opzoeken, komt daar waarschijnlijk langs.
Zo, die theorie staat. Niet dat hij per sé klopt, maar het wordt in elk geval mijn uitgangspunt. Wederom voel ik het gemis van een dieptemeter. Niet dat ik verwend ben en ga zeuren, maar uit zuivere interesse zou ik er momenteel graag een tot m'n beschikking hebben. Aanbeten blijven uit. Ligt er geen vis of houden ze zich wijselijk stil? Dat blijft nu een raadsel. De zware loodkop houdt de forse shad in elk geval kort bij de bodem, precies zoals ik het wens.

In de vlucht gespot
Geen harde ram, geen tik, geen subtiele aanbeet. Ik weet dat er nog heel veel water af te vissen is maar vermoed dat het op de stekken waar ik geweest ben gewoon had moeten gebeuren. Dat dit niet het geval was wijst er voor mij op dat de vis gewoon niet wil. Het is vaker zo in de winter. De kou vertraagt de stofwisseling en vreten gebeurt dus alleen nog met momenten. Bovendien ligt de vis vaak lokaal. Ondanks mijn bewuste stekkeuze sluit ik niet uit dat ik vandaag achter het net gevist heb. Een demotiverende gedachte, maar ook een realistische.
Pluspunt was de beleving van het bellyboaten. Het blijft een schitterende onderneming en ik ga het in die toekomst zeker vaker doen. Wellicht moet ik mijn momenten en stekken er iets nauwkeuriger voor kiezen. Terwijl ik naar de kant trappel – in fors gevecht met de wind – voel ik in elk geval geen enkele vorm van spijt. Ik heb genoten, daar gaat het om!

Vriendelijke baarsgroeten,
Bard Borger