Trollend dropshotten vanuit de bellyboat
Geïnspireerd door de aandacht die wordt besteed aan het dropshotten, ben ik me gaan afvragen op welke wijze ik hiervan bij het vissen met een bellyboat gebruik kan maken. Doorgaans vis ik met de belly aanzienlijk minder diep dan vanuit de gewone boot. Dit houdt overigens ook verband met de temperatuur. Als het winter wordt, verblijf ik namelijk liever op dan in het water.
Een andere uitdaging is het voor mij om niet klakkeloos de nieuwe systematiek over te nemen en het aanbevolen materiaal aan te schaffen. Te meer daar het principe van het dropshotten reeds heel lang bestaat, dikwijls onder andere namen. Zodoende zit er allerhande materiaal in laden, bakken en dozen, dat opnieuw een bestemming kan krijgen.
Als uitgangpunt heb ik genomen: een presentatie van kleine shads en vergelijkbaar kunstaas op een zodanige manier dat deze op een controleerbare afstand boven de bodem worden aangeboden. Daarbij wordt uitgegaan van een afstand van 20 tot 50 cm boven de bodem. Tijdens het vissen wordt de ingestelde afstand gecontroleerd middels waarneembaar bodemcontact. De montage moet het mogelijk maken de afstand tussen het lood en het aas eenvoudig te wijzigen, waarbij het aas stevig op de montage blijft zitten.
Ik ben op een methode uitgekomen die meer lijkt op trollen met de bellyboat dan op het dropshotten zoals dat doorgaans wordt uitgelegd. Het komt erop neer dat ik montages heb gemaakt, die zich er voor lenen om als het ware mee te slepen terwijl je je langzaam achterwaarts voortbeweegt. In tegenstelling tot het verticalen of het werpen met shads of plugjes, is het heel relaxed door er slechts voor te zorgen dat het lood contact met de bodem houdt.
Zo vissend tot een meter of 6 diep, is het een echte kick als de shad, streamer of iets vergelijkbaars, plotseling wordt gegrepen. De aanbeet is doorgaans veel heftiger dan bij het verticalen. De vis komt het aas met grof geweld halen en dat levert harde aanbeten op.
Het streven is dat de hoek van het aas ten opzichte van de lijn 90 graden is. Dan blijft het aas bij het vissen zoveel mogelijk vrij van de lijn waarop het is gemonteerd. Lossers of missers worden op deze manier zoveel mogelijk voorkomen.

Ik onderscheid in feite twee montages:
Vaste haak met verschuifbaar lood
Vast lood met verschuifbare haak
Een haak die vast op de lijn wordt gemonteerd, wordt gecombineerd met verschuifbaar lood . Bijvoorbeeld een dropshotloodje op nylon en een stuk spijker die met behulp van een stukje (ventiel)slang vast wordt gezet en eveneens makkelijk kan worden verschoven. Zodoende kunnen we de aasaanbieding ten opzichte van de bodem variëren. Het idee van de spijkers zag ik onlangs langskomen in Dé Roofvis. Ik zal het ook zeker gebruiken in plaats van het gebruik van lood. Raken ze vast, dan is er geen man overboord, een nieuwe is snel gemonteerd en ook met de gewichten kun je makkelijk variëren. Met name bij het gebruik van dik fluorcarbon is het een hele goede oplossing, omdat een dropshotloodje daarbij niet kan worden ingezet.

De vaste bevestiging van de haak op de lijn doe ik doorgaans met een Palomarknoop. Om de hoek van 90 graden aan te houden gebruik ik haken, die deze hoek al hebben en fixeer ze vervolgens met een stukje siliconenslang.

Een haak die verschoven kan worden, wordt gecombineerd met een vaste loodmontage. De shad, worm of wat je er maar aan wilt hangen wordt op een willekeurige haak bevestigd. Voorwaarde is echter wel dat de haak de juiste hoek ten opzichte van de lijn houdt, anders komt het aas wel erg vreemd ten opzichte van de lijn te hangen. Lijnen van 0,24 tot zo'n 0,30 mm zijn prima inzetbaar. Hierbij gebruik ik kraaltjes, waar de lijn 1 à 2 keer door heen wordt gehaald. Zodoende kunnen ze worden verschoven en sluiten ze de haak, middels de ronding in het oog van de haak, feilloos op.

Dikkere fluorcarbon ( 50 lb ) voldoet ook goed. Hoewel ik eerst twijfelachtig was ten aanzien van de stugheid, bleek dit in de praktijk geen enkel probleem. Hierbij gebruik ik eveneens kraaltjes, ook de zachte rubberen. Ik plaats er één aan de onder en één aan de bovenkant van het oog van de haak en sluit ze nu op middels stukjes siliconenslang. Het is hierbij van groot belang dat de slang moeizaam over de lijn schuift. Een extra stukje slang kan het verschil maken.

Afhankelijk van de gekozen lijn wordt de keus voor de loodmontage gemaakt. Gewoon aan de lus onder in de lijn.. De speld die wordt gebruikt maakt het wisselen van het loodgewicht erg makkelijk. In principe gebruik ik mijn voorraad wartellood, variërend van 8 tot 20 gram . Daarmee kan ik voorlopig nog wel vooruit. Het lood hang ik in een speld, zodat er simpel kan worden gewisseld.

De bevestiging van de montage aan de hoofdlijn doe ik eveneens met een lusmontage, die bij nylon gewoon wordt geknoopt en bij de fluorcarbon met een sleeve wordt gemaakt. Voor de verbinding met de hoofdlijn kan een wartel worden gebruikt, om de montage soepel te laten bewegen in het water.
Nog even en dan is het water lekker opgewarmd en ben ik er weer helemaal klaar voor. U ook?
Heel veel succes en vooral plezier!
Johan Caneel |